Kweekmethode

Ik ben voorstander van het kruisen en de lijnenteelt bij duiven.

Het voordeel van het kruisen is dat men de vitaliteit van de duif zeer goed behoudt. Het combineren van de genen van twee totaal verschillende rassen kan dus uiteindelijk leiden tot nog betere prestaties van de duiven.

Niemand kweekt alleen maar goede dus ook uit de lijnenteelt ontstaan meer slechte dan goede duiven. Het percentage goede duiven is echter bij lijnenteelt aanmerkelijk hoger waardoor de kans op topduiven uiteraard ook verhoogt. Met duiven uit dezelfde voorouders, die bewezen hebben over de goede genenstructuur te beschikken, wordt veelal in lijn gekweekt. Het systeem van Gert Jan Beute is mij niet onbekend.

Principieel vermijd ik wel korte inteelt. Door inteelt concentreert men immers zowel de goede als de minder goede alsook de slechten genen.

In de opbouw van een stam maken we echter toch steeds gebruik van zowel lijnenteelt, kruisingen als inteelt (zeer beperkt).

“Toppers komen uit toppers” of om het met andere woorden te zeggen “Sterken brengen sterken voort”.

De duiven worden ook voorgekoppeld en bijgelicht. Wanneer alles naar wens verloopt worden de duiven ’s avonds halfbak geplaatst en ’s morgens afzonderlijk losgelaten. Op deze manier leren de duiven hun nieuwe bak goed kennen. Het is niet uitzonderlijk dat de duiven reeds na een week met eieren liggen.

 

Advertenties